Exacerbatiemonitor en beladvies


In de exacerbatiemonitor worden exacerbaties (plotselinge verergering van klachten) bij COPD-patiënten gesignaleerd en gevolgd. Dit gebeurt door patiënten wekelijks (patiënt is langer dan 7 dagen stabiel) of dagelijks (patiënt is korter dan 7 dagen stabiel) te monitoren.


Hoe werkt de exacerbatiemonitor?

Het monitoren van een patiënt wordt gestart door de zorgverlener. De zorgverlener geeft aan wat de startdatum is, hoe lang het traject duurt en of er met wekelijks of dagelijks monitoren wordt gestart.

Gedurende het traject volgt de patiënt wekelijks of dagelijks een sessie op de computer. In deze sessie wordt gevraagd hoe het met de patiënt gaat en er wordt geïnventariseerd wat de symptomen van de patiënt zijn. Aan het eind van de sessie wordt een advies gegeven op basis van de symptomen. De vragen worden gesteld met behulp van twee soorten vragenlijsten: CAT (COPD Assessment Test) en CCQ (Clinical COPD Questionnaire).


Beladvies

Als de patiënt klachten heeft die met COPD te maken hebben, maar niet weet of voor deze klachten contact kan worden opgenomen met de zorgverlener, dan is er het beladvies. Voor het beladvies moet de patiënt een korte vragenlijst invullen. Aan de hand van deze vragenlijst wordt er advies gegeven om wel of niet contact op te nemen met de zorgverlener.